Commissie van Deskundigen Grondwaterwet

tekengrootte: -+

 

Zoeken:

 
 
 

Meer over schade

schade... en dan?

procedure

 
 

 

 

 

 

Onderzoek door de CDG

Nadat de CDG een verzoek om onderzoek van Gedeputeerde Staten heeft geaccepteerd en begroot, begint zij met haar onderzoek.

Hydrologisch onderzoek

Natuur en landbouwAllereerst voert het secretariaat een hydrologisch onderzoek uit. Hiermee krijgt het secretariaat inzicht in het verloop van de grondwaterstand met en zonder de invloed van de grondwateronttrekking of infiltratie. Het verschil tussen beide situaties, met en zonder invloed, geeft de verandering van de grondwaterstand als gevolg van de grondwateronttrekking of infiltratie aan. Ook wordt rekening gehouden met andere factoren die de grondwaterstand beïnvloeden, zoals andere grondwateronttrekkingen of infiltraties, weersomstandigheden, waterbeheersingswerken en beregening. Om de invloeden te kwantificeren maakt het secretariaat doorgaans gebruik van:

  • Modelberekeningen;
  • Analyse van grondwaterstandsgegevens (peilbuizen);
  • Bodemkundige en waterhuishoudkundige karteringen.

Schadeonderzoek

Vervolgens vindt het schadeonderzoek plaats. Bij gewas- en bosschade zijn bodemkundige gegevens van het schadegebied van belang. De dikte van de wortelzone en de aard van de bodem zeggen iets over de droogtegevoeligheid van de gronden. Bij gebouwschade is het van belang te weten of er zogenaamde zettingsgevoelige lagen, zoals veen en klei, aanwezig zijn of dat er verbouwingen hebben plaatsgevonden. Daarnaast heeft de commissie grondmechanische en bouwtechnische gegevens nodig om de oorzaak van de schade te kunnen vaststellen. Bij bos-, natuur- en landschapschade zijn ecologische gegevens nodig; bijvoorbeeld informatie over de gevoeligheid van plantensoorten voor grondwaterstandsveranderingen.

Causaliteit

Met de resultaten van het hydrologische- en schadeonderzoek wordt bepaald of de schade daadwerkelijk door de grondwateronttrekking of infiltratie is veroorzaakt. Dit heet het vaststellen van de causaliteit. Als dit het geval is, bepaald de commissie het aandeel van de onttrekking in de totale schade. Op basis van deze gegevens brengt de commissie een advies uit aan betrokken partijen, en doet zij een voorstel voor het ondervangen of vergoeden van de schade. Tegen dit advies kunnen partijen bedenkingen inbrengen. Als het advies niet leidt tot overeenstemming over een regeling van de schade, kan men alsnog een gerechtelijke procedure instellen.

Schadevergoeding

  • Landbouwschade
  • Gebouwschade
  • Bos-, natuur en landschapsschade

Landbouw - akkerLandbouwschade

  • De schadevergoeding bij grasland en voedergewassen is gebaseerd op de kosten van aankoop van vervangend veevoer (50% ruwvoer en 50% krachtvoer);
  • De schadevergoeding bij akkerbouwgewassen is gebaseerd op de waarde van het gederfde product;
  • De schadevergoeding bij tuinbouw is gebaseerd op de meerkosten voor extra beregening (gebaseerd op kosten arbeid, brandstof en in geringe mate afschrijving, rente en onderhoud);
  • De schadevergoeding voor veedrenkschade is gebaseerd op de kosten van ondervanging (b.v. het slaan of spuiten van een plastic buis, aansluiting op een waterleidingnet, het verdiept opstellen van de pomp).

Voor het bepalen van gewas- en veedrenkschade is het grondgebruik op de percelen een belangrijke factor. Uitgegaan wordt van normbedragen per procent opbrengstverandering danwel per hectare grond. Het secretariaat van de commissie berekent deze bedragen elk jaar opnieuw met behulp van de dan geldende prijzen.

Gebouwschade
In dit kader kijkt de commissie alleen naar die schade, die het gevolg is van grondwaterstandsveranderingen; dus zowel verlagingen als verhogingen. Doorgaans veroorzaakt een combinatie van invloeden dusdanige verlaging/verhoging van de grondwaterstand dat gebouwschade kan ontstaan. Hierbij denk men o.a. aan weersinvloeden, polderpeilverlagingen, verkeerd gekozen constructie, in - of externe verbouwingen en grondwateronttrekkingen. In principe kunnen alleen verschillen in zakking van de ondergrond leiden tot schade aan gebouwen. Deze moeten dan wel zakkingsgevoelig zijn.

Scheur in muurVerlaging van de grondwaterstand kan de oorzaak zijn van funderingsproblemen met een doorwerking naar de bovenbouw. Houten palen kunnen als gevolg van droogstand worden aangetast en funderingen op staal kunnen gaan zakken als er samendrukbare grondlagen aanwezig zijn.

Als er een aantoonbaar verband tussen de opgetreden schade en de waterstandsverandering is vastgesteld, bepaalt de commissie het aandeel van elke invloed in de totale schade. Bij funderingen op staal maakt de commissie in dergelijke gevallen gebruik van zettingsberekeningen, die gebaseerd zijn op de Nederlandse geotechnische normen. Zo komt het aandeel, veroorzaakt door de grondwateronttrekker, voor rekening van de vergunninghouder. Een onafhankelijke taxatie door of in opdracht van de commissie is de basis voor het bepalen van de hoogte van de schade.

Bos-, natuur- en landschapsschade
De schadevergoeding bij bosschade is gebaseerd op m3 verminderde bijgroei, indien bosschade tot uiting komt in verminderde houtbijgroei. Het jaarlijks vastgestelde normbedrag is gebaseerd op de gemiddelde prijs van het hout op stam.

Feitelijke kosten van compenserende maatregelen ondervangen mogelijk bos –en/of natuurschade. Indien men water-aanvoer gebruikt als compenserende maatregel, toetst de commissie deze kosten aan de hand van de systematiek van OBN, bij opruimen en herinplant van bomen aan de hand van het Normenboek SBB (rapport bosschade).

Het verschil in inkomsten tussen de situatie zonder en met grondwateronttrekking bepaalt de economische schade. Met de beschikbare groeigrafieken en een normbedrag per m³ hout, bepaalt de commissie het verschil in inkomsten uit hout. Uit een vergelijking van feitelijke inkomsten bepaalt de commissie het verschil in inkomsten uit jacht, visserij en recreatie.

BomenEcologische schade bepaalt de commissie via de systematiek van het Programma Beheer (verschil in bijdrage of opgelegde strafkorting). Het is dan van belang een inschatting te maken van de kwaliteit van het vegetatietype zonder en met de grondwateronttrekking. Voor het beschrijven van de vegetatietypen zijn goede methoden beschikbaar al is daarbij de nodige vegetatiekundige kennis vereist. Bij het bepalen van de ecologische schade is er vaak sprake van meerdere invloeden, waarbij niet duidelijk is welk deel van de ecologische schade aan de grondwateronttrekking is toe te schrijven. Op basis van “best professional judgement” moet tracht men een aandeel te bepalen in de ecologische verandering ten gevolge van de grondwateronttrekking.

Voor landschappelijke schade is de methode Raad een optie als het gaat om verloren gegane solitaire bomen. Tenslotte kan ook in de belastingsfeer schade optreden (onttrekking aan Natuurschoonwet). 

Laatste update: 28-02-2011

Commissie van Deskundigen Grondwaterwet

Tel. 030 - 275 6864

E-mail: cdg@minlnv.nl